ADAM GREEN HEEFT GEEN BAND NODIG

Wie heeft er nou geen zwak voor Adam Green? Natuurlijk, er is geen nieuwe plaat, geen band en de New Yorkse dondersteen wil nog wel eens een akkoord of twee vergeten. Met alleen gitarist Toby Goodshank (voorheen van Moldy Peaches) keert hij terug naar Paradiso. Al snel wordt duidelijk: Green heeft ook een zwak voor Amsterdam.

Stefany June en Ruud Fieten mogen tijdens het voorprogramma laten zien wat ze hebben bijgeleerd sinds hun deelname aan het VARA-programma De Beste Singer-Songwriter Van Nederland. Met tijgerpakje en wilde haren neemt de wulpse tante plaats achter haar keyboard en ploft de stoïcijnse Fieten met zijn akoestische gitaar naast haar neer. De mierzoete popliedjes van June kunnen het vrouwelijke deel van het publiek redelijk bekoren, al kan ze niet rekenen op al te veel enthousiasme. De hoge noten in de nummers van haar EP Cozy Cat zijn vaak simpelweg te hoog gegrepen. En wanneer Fieten het Tim Knol-esque folkliedje Don’t Wait For The Summer speelt, wordt duidelijk dat hij qua stem en songwriting iets meer in zijn mars heeft.

Niet veel later fladdert de main act het podium op. Zijn politiepet en onhandige motoriek worden met gegiechel ontvangen. Gegiechel dat het gehele concert zal aanhouden. Adam Green kent namelijk geen gêne. Met zijn bekende boyish charm wikkelt hij al dansend en springend de toegestroomde fans vanaf minuut één om zijn vinger. De nummers zijn kort, maar niet gehaast, wat de dynamiek van de set ten goede komt. In hoog tempo baant hij zich een weg door nummers alsBlue Birds, Novotel, Tropical Island en Buddy Bradley. Tussendoor brengt hij de klunzig geschreven, maar ontwapenende ode Taking A Leak In Amsterdam ten gehore. Het wordt met trots en meer gegiechel in ontvangst genomen. Middenin neemt Goodshank even center stage voor het nummer Truth, Jump, Fall, een welkom rustmomentje in de hyperactieve performance van Green. Wanneer de frontman de gitaar overneemt en zichzelf begeleidt op nummers als Here I Am enHer Father And Her lijkt hij te zijn uitgeraasd. Hij heeft zowaar wat weg van een klassieke singer-songwriter en informeert nonchalant naar verzoeknummers. The Prince’s Bed blijkt favoriet, al stuntelt hij met zijn gitaar. Geen probleem, hij legt de gitaar weg en zingt de crowdpleaser a-capella. Een goede beslissing, want het publiek hangt aan zijn lippen. Al high-fivend en crowdsurfend weet hij het publiek dan toch in extase te brengen, met meer verzoekjes als toegift: No Legs, Jessicaen Libertines-cover What A Waster.

De show houdt het midden tussen een Tenacious D-optreden en een Jiskefet-sketch, maar wie door de fysieke en tekstuele balorigheid heen kijkt, komt echter tot de conclusie dat de nummers wel degelijk staan als een huis. Naast zijn onmiskenbare charisma zijn de sterke melodieën en zijn ontspannen, lage stemgeluid belangrijke redenen waarom Adam Green nog steeds een trouwe fanbase heeft in Nederland.

Foto’s: Daniël de Borger

Naar publicatie OOR

Adam Green

  • Categories →
  • Concertrecensies
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top