ALLES KLOPT BIJ AGNES OBEL IN CARRE

Agnes Obel’s concerten in Nederland zijn niet altijd een onverdeeld succes. Zo deed haar schuchtere optreden in Paradiso in 2011 geen recht aan haar repertoire, en wist de Deense nachtegaal de aandacht maar spaarzaam vast te houden toen ze een jaar geleden terugkeerde naar het Amsterdamse podium. De timide vocaliste lijkt te hebben geleerd van eerdere obstakels en heeft – na eerder dit jaar in het Concertgebouw te hebben gespeeld – wederom gekozen voor een klassieke setting ter begeleiding van debuutplaat Philharmonics (2010) en het vorig jaar verschenen Aventine. Plaats van handelen: Koninklijk Theater Carré.

Focus. Obel besteedt vooralsnog geen tijd aan kennismaking met het publiek of andere plichtplegingen. Het instrumentale Louretta dient als warming-up voor een optreden vol dramatiek, waarbij het zwaartepunt ligt bij de meest recente langspeler. Tracks als Brother Sparrow en doorbraakhit Riverside ontbreken echter niet in de vlotte set. Het blijkt voor haar nog steeds niet makkelijk om op een ontspannen wijze een connectie te maken met het publiek. Toch is haar verlegenheid net zozeer een onmisbaar bestanddeel van haar aantrekkingskracht als een beletsel. Bovendien is dit ondergeschikt aan de liedjes. En daar valt vanavond maar zeer weinig op aan te merken. De nummers van Aventine zijn stuk voor stuk pareltjes, al borduurt ze met het nieuwe werk stilistisch voort op het werk van haar debuutplaat. Fuel To Fire, Dorian en Words Are Dead worden met zorg en liefde gespeeld en worden door het aandachtige publiek tevreden in ontvangst genomen. Het hoogtepunt bereikt Obel echter al vroeg, met het heftig ontsporende en abrupt eindigende On Powdered Ground.

Obel wordt formidabel begeleid door cellisten Anne Müller en Charlotte Danhier en violiste en multi-instrumentalist Mika Posen. Alle drie de dames staan bovendien vocaal hun mannetje. Ook Obel zelf is uitstekend bij stem. Haar grote bereik gaat gepaard met precies genoeg valse lucht. Het viertal opereert bovendien op een flexibele en lichtvoetige wijze, door regelmatig van instrument te wisselen en deze op een moderne wijze te bespelen. Zo maakt violiste Posen meermaals gebruik van loops om het geheel te voorzien van extra body en gelaagdheid. Ook verkent ze de mogelijkheden van de mellotron en kleurt hiermee de composities op uiteenlopende manieren in. Daarnaast weet de ritmesectie (Müller en Danhier) continu iets onverwachts te brengen. Het komt de dynamiek van het optreden ten goede.

Toch voelen deze nieuwerwetse interpretaties van ouderwetse instrumenten geen moment gekunsteld aan. Het zijn geen trucs of gimmicks en geen moment zelfgenoegzaam. Het concert kent exact nul solo’s, wat de plichtsgetrouwe werkethos van het gezelschap illustreert. De vier verkeren geen moment in elkaars vaarwater en weten allemaal hun niveau met gemak te halen. In dit kwartet komt Obel’s werk het beste tot zijn recht. Orkestraal, noch minimalistisch. Klassiek, noch pop. En zoals een goede frontvrouw betaamt keert ze (na een korte, maar zeer geslaagde toegift met John Cale’s Close Watch en Elliott Smith’s Between The Bars) nog een maal solo terug met haar eigen Smoke & Mirrors. Chapeau.

Foto: Marcel Poelstra

Naar publicatie OOR

Agnes Obel

  • Categories →
  • Concertrecensies
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top