CURTIS HARDING KORT MAAR KRACHTIG IN PARADISO

Slechts drie maanden na zijn optreden in de Paradiso is Curtis Harding terug in de Amsterdamse poptempel. Ditmaal staat hij echter niet in de kleine zaal, maar in een uitverkochte grote zaal. Ja, het kan hard gaan. Maar de groeiende belangstelling voor de Amerikaanse soulster in spe komt niet uit de lucht vallen. Er ligt sinds vorig jaar namelijk een uitstekende debuutplaat in de schappen. De vintage sound op Soul Power kietelt niet alleen onze collectieve nostalgieklier. Deze is door de verfrissende combinatie met garagerock bovendien verrassend modern. Het resultaat is een gemêleerde en rap groeiende achterban.

Alle leeftijden zijn vanavond aanwezig en dat weerspiegelt voornamelijk de tijdloze aard van het materiaal. Maar uiteindelijk is Harding zelf de doorslaggevende factor. Aan de oppervlakte lijkt hij zich te verschuilen achter zijn donkere zonnebril, karakteristieke leren jasje en nonchalante maniertjes. Toch is zijn oprechtheid evident. En dat zit hem voornamelijk is zijn stem, die vanavond uitstekend is. Harding’s warme timbre en ontspannen articulatie zijn een verademing. Achteloos, zuiver en geen moment opdringerig.

Achtergrondzang was echter geen overbodige luxe geweest. Wel heeft Harding iets grootser uitgepakt dan vorig jaar. De zeer welkome toevoeging van de driekoppige blazerssectie maakt de sound logischerwijs aanzienlijk voller. Het repertoire komt hierdoor beter tot zijn recht dan met de minimale bezetting waarmee hij vorig jaar aantrad. Ook de drumpartijen (op het album weleens een tikkeltje eentonig) worden door Justin McNeight met veel dynamiek gespeeld. Verder spat het plezier er nog niet echt vanaf. Bassist Danny Lee Blackwell speelt zijn partijen keurig, maar stoïcijns en hetzelfde kan worden gezegd over gitarist Sean Thompson. Strakke gezichten tijdens het bluesy Drive My Car en het stemmige Next Time. Daarnaast voelt Bill Withers-cover Ain’t No Sunshine – ondanks de degelijke vertolking – ietwat als een setvuller. Met up-tempo rocknummer Surf wordt echter de vaart erin gehouden. Het optreden komt echter pas echt van de grond wanneer Harding zijn gitaar weglegt. Hij schudt de melancholie van zich af en sluit de set met het dansbare, op Chic leunende Heaven’s On The Other Side dan toch met een swingende climax af.

Tijdens de toegift is er eindelijk wat meer onderlinge interactie. Blackwell en Thompson ruilen van instrument, wat bijzonder goed uitpakt. Laatstgenoemde legt meer intensiteit in de baspartijen en Blackwell lijkt met gitaar ook wat beter in zijn vel te zitten. Ook Harding zelf lijkt iets van zijn coolheid overboord te gooien. De vertraagde versie van California Dreaming (The Mamas & The Papas) is aardig, maar ook hier mist een tweede stem. Harding sluit af met werk van zijn andere band Night Sun, waar ook Blackwell en Black Lips’ Cole Alexander deel van uitmaken. Met I’m Gonna Find You krijgt het optreden op de valreep nog een aangename rockabilly-injectie. Gezien de geringe omvang van het repertoire heeft Curtis Harding zodoende in iets meer dan een uur toch een gevarieerde show neer weten te zetten. Laat die tweede plaat maar komen.

Foto’s: Bart Heemskerk

Naar publicatie OOR

Curtis Harding

  • Categories →
  • Concertrecensies
  • Recent
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top