PARADISO VOOR EEN AVOND DE HUISKAMER VAN ERLEND ØYE

Sporadisch gegiechel, wanneer de slungelige gestalte van de frontman de bühne van de Paradiso opdwarrelt. The Rainbows zijn zojuist begonnen met de intro. Erlend Øye’s begeleidingsband van dit moment bestaat uit een kleurrijke groep IJslanders, die na het debacle van maandagavond niet de beroerdste zijn om de pijn van de verslagen voetbalnatie te verzachten. De bedarende liedjes, waar Øye in zijn loopbaan van bijna twintig jaar om bekend is komen te staan, lijken hiervoor uitermate geschikt. Hier en daar een klein trapje na kan dan ook geen kwaad.

Een dwarsdoorsnede van het gehele Øye-oeuvre was aangekondigd, maar in de praktijk bestaat de set voornamelijk uit nummers van de nieuwe langspeler Legao, met spaarzame uitstapjes naar Kings Of Convenience, The Whitest Boy Alive en zijn solowerk. Nieuwe nummers Fence Me In, Garota, Bad Guy Now, Save Some Loving en Lies Become Part Of Who You Are worden stuk voor stuk zeer vaardig en met zichtbaar plezier uitgevoerd. De met reggae, afrobeat en andere tropische smaakjes doorspekte indiefolk wordt dan ook goed ontvangen. En terecht, want de nummers die Øye opnam met Hjalmar (een andere IJslandse formatie) worden door The Rainbows een stuk dynamischer gespeeld dan op plaat. Het smaakvolle spel van gitarist Gudmundur Peterson is gebaseerd op sublieme gitaarloopjes, een fijne en heldere sound, en zijn vermogen om zich als leadgitarist geen moment op te dringen. Ook Sigurður Halldór Guðmundsson, toetsenist bij zowel Hjalmar als The Rainbows, doet meer dan een gemiddelde duit in het zakje. Zijn solo-uitvoering van een IJslandstalig nummer is verrassenderwijs een van de hoogtepunten van de show. En dat terwijl vrijwel iedereen die de teksten daadwerkelijk kan verstaan op dit moment achter de coulissen staat.

Andere pieken zijn het Italiaanstalige La Prima Estate en bovenal de indielectroversie van Whitest Boy Alive-track Golden Cage. Hiermee brengt hij de praktisch uitverkochte Paradiso tijdens de toegift dan eindelijk tot extase. Hoewel het optreden hiermee met een climax eindigt, komt deze toch vrij laat. De veelzijdigheid van Øye’s eclectische repertoire, dat bestaat uit indie, folk, electro, en sinds kort dus afrobeat en reggae, wordt pas tijdens de encore werkelijk benadrukt. Slechts een minieme kanttekening bij een anderzijds zeer vermakelijk concert.

Ondanks zijn motorische eigenaardigheden en sullige verschijning beschikt Øye over een vrijwel ongelimiteerd zelfvertrouwen en – niet in de laatste plaats – een prettig stemgeluid. Waar hij bij aanvang nog werd begroet met gegiechel, heeft hij gedurende het optreden alle lachers op zijn hand gekregen. Niet door de pedante rockster uit te hangen, maar door simpelweg zichzelf te zijn. Øye mag dan een tikkeltje curieus en klungelig overkomen, het zelfvertrouwen dat hij uitstraalt is uitzonderlijk en nagenoeg onweerstaanbaar. Het is als op visite gaan bij die ene leuke oom, een bezoekje waar je voor de verandering geen tegenzin in had. Een klein beetje ongemakkelijk aan het begin, maar achteraf toch te vroeg voorbij. Zelfs het voetbal gerelateerde sarcasme is hem vergeven. Paradiso is voor een avond de huiskamer van ome Erlend.

Naar publicatie OOR

Erlend Øye

  • Categories →
  • Concertrecensies
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top