ER HAD MEER INGEZETEN VOOR JAMES VINCENT MCMORROW

Aan de opvolger van Post Tropical wordt hard gewerkt. Tussen de bedrijven door pakt James Vincent McMorrow hier en daar nog een showtje mee. De studio van het moment staat in Los Angeles, het podium van vanavond in Bloemendaal. Openluchttheater Caprera, het prachtige amfitheater dat tegenwoordig mede als dependance van de Haarlemse Patronaat dienstdoet, mag zich gelukkig prijzen met de idyllische ambiance en de uitmuntende geluidskwaliteit. Ideaal voor McMorrow’s machtige falset en zijn sterke, sprookjesachtige nummers.

Zowel de kracht van de songs als die machtige falset komen vandaag echter niet ideaal uit de verf. Niet in de laatste plaats omdat McMorrow er simpelweg meer dan eens naast zit. Het is bewonderenswaardig hoe hij de grenzen van zijn vocale capaciteiten opzoekt en er grootse uithalen uit weet te persen, maar hij begeeft zich hiermee wel op gevaarlijk glad ijs. Waar dit precaire evenwicht zich op de plaat nog manifesteert als een uniek spanningsveld waarbij hij continu op het randje balanceert, dondert hij er vanavond meermaals vanaf. Zijn krachtige kopstemuithalen zijn soms ongecontroleerd en daarom ligt een vocale misser gedurende het gehele concert op de loer. Telkens wanneer hij die extreem hoge kopstem even links laat liggen is er dan ook een welkom moment van rust, waarop hij ontspannen een prettig timbre laat horen.

Tussendoor kletst en grapt McMorrow ronduit en veel. De Ier blijkt een ware kletskous en er zitten koetjes en kalfjes tussen ieder nummer. Het is een teken van goede zin. Terecht merkt hij veelvuldig de schoonheid van de omgeving op. Maar de sympathieke babbeltjes gaan echter vaak over in banaliteiten, van het divagedrag van Ryan Adams, tot het gefluit van vogeltjes in de omringende bossen. Eenmaal op de praatstoel is er geen houden aan. Wanneer hij begint over het weer in Ierland, merken we dat hij bijna door zijn (relevante) gespreksstof heen is. Met zijn pogingen om verbaal een connectie met het publiek te maken doorbreekt hij bovendien het mysterieuze, ongrijpbare karakter van de liedjes.

We Don’t Eat, Gold, This Old Dark Machine, het zijn stuk voor stuk zeer fraaie composities, maar de volle sound die deze nummers nodig hebben is solo niet te benaderen. De set mist ritmische diversiteit en het samengaan van traditionele folk en smaakvolle elektronica (wat Post Tropical zo’n fascinerende plaat maakt) komt nauwelijks over. Het majestueuze Cavalier, exemplarisch voor deze unieke sound, was zo tegen het einde van de avond een mooie climax geweest, maar McMorrow kan het grote gebaar niet in zijn eentje naar het podium kan vertalen. Het zijn te veel schoenen voor McMorrow om moederziel alleen te vullen.

Een versterking in de vorm van twee à drie bandleden zou hem een hoop druk van de schouders kunnen nemen. Wel sluit hij sterk af met And If My Heart Should Somehow Stop, dat hij onversterkt speelt. Hij maakt hiermee slim gebruik van de mogelijkheid die de setting biedt en geeft het publiek iets speciaals. Helaas had er met wat personele versterkingen meer ingezeten.

Foto: Josh Stewart

James Vincent McMorrow

  • Categories →
  • Concertrecensies
  • Recent
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top