THE ROOTS OP EENZAME HOOGTE IN PARADISO

Er zijn weinig bands met zo’n vlekkeloze reputatie als The Roots. Als huisband van Jimmy Fallon hoeft de band niet te toeren voor het geld of zich zorgen te maken om albumverkopen. De artistieke vrijheid die de band geniet uit zich in de studio meermaals in conceptuele platen, zoals Undun uit 2011 en de meest recente langspeler …And Then You Shoot Your Cousin uit 2014. Live laat deze haast ongelimiteerde speelruimte zich horen in de vorm van buitengewone instrumentale klasse en veelzijdigheid, uniek in het genre. De uitverkochte Paradiso weet al bij voorbaat: eigenlijk stelt The Roots nooit teleur.

The Roots - Luuk Denekamp 2

Tijdens de eerste handvol nummers, een uitstekend uitgevoerde reeks van oud werk (met onder meer The Next Movement, What They Do en Proceed), valt het oog op een bekend gezicht. Zien we daar B-Real aan de zijkant van het podium zitten? Even later wordt de stille wens bevestigd. Cypress Hill, in het land voor een optreden op het Woo Hah Festival, breekt met old school-klassieker Hand On The Pump definitief het ijs. Questlove, naast drummer en bandleider tevens social media-junkie én Cypress Hill-fan van het eerste uur, kan het niet laten om er (tijdens het drummen!) over te tweeten. Mochten er onder de bezoekers nog enige reserveringen bestaan, zijn die nu definitief het raam uit.

Beatkunstenaar Jeremy Ellis, befaamd om zijn kennis en beheersing van de drummachine, heeft vanavond ook de eer om de line-up te mogen versterken. Zijn aanwezigheid lijkt curieus, tot hij zijn virtuositeit in een magistrale solo (met Super Mario-samples) laat horen. Het is niet de enige solo vanavond. Verre van. Elk van de mannen wordt door opperhoofd Questlove op een voetstuk geplaatst en krijgt ruim de tijd om zijn vaardigheden in de spotlights te zetten. Zelf bijt hij samen met percussionist Frank Knuckles het spits af. Hun welbekende drum-battle kan rekenen op een ovationele ontvangst en luidt een avond vol improvisatie en bezieling in. Tegen het einde van de avond treedt gitarist ‘Captain’ Kirk Douglas dan eindelijk op de voorgrond. Met onder meer Guns N’ Roses’ Sweet Child ‘O Mine en een adaptatie van Muddy Waters’ Mannish Boy brengt hij de zaal nog verder in extase. De vele solo’s zijn echter niet hoogdrempelig of pretentieus en doen daardoor geen enkele afbreuk aan de entertainmentwaarde. In tegendeel, de balans tussen de selecties uit het omvangrijke Roots-oeuvre, solo’s en jam-intermezzo’s houdt het optreden onafgebroken boeiend.

Met You Got Me en The Seed 2.0 aan het einde van de show, krijgt het Amsterdamse publiek natuurlijk ook de hits voorgeschoteld. Verder breekt The Roots vanavond alle regels op een fantastische manier. De vele verschillende genres waar de band zich aan waagt gaan niet ten koste van de herkenbare sound, en de covers doen geen afbreuk aan de authenticiteit. Het zit hem in de onmiskenbare kwaliteit, maar ook in het uitzonderlijke vermogen om het publiek te bespelen. Daarmee onderstreept de band wederom zijn status. Vanavond worden we er opnieuw aan herinnerd waarom de formatie op eenzame hoogte verkeert. The Roots stelt nu eenmaal nooit teleur.

Foto’s Luuk Denekamp

The Roots

  • Categories →
  • Concertrecensies
  • Recent
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top