VIET CONG LAAT BREED PALET HOREN IN DE BITTERZOET

Viet Congs relatief toegankelijke EP Casette leverde hooggespannen verwachtingen op voor een volwaardige debuutplaat. Met het in januari verschenen, titelloze debuutalbum tonen frontman Matt Flegel en co aan zowel stijlvast als verrassend uit de hoek te kunnen komen. Zonder de eigen sound te verloochenen pakt de band in slechts zeven nummers uit met een breed scala aan invloeden. Op 10 februari speelden de Canadezen reeds een uitverkochte show in de Kleine Zaal van de Paradiso. Reden dus voor een extra concert. Ditmaal in de Bitterzoet, waar postpunkminnend Amsterdam nogmaals de kans krijgt om een van de meest interessante bands uit het genre te aanschouwen.

Gezien het (nog) zeer geringe repertoire ligt een korte, bondige set natuurlijk in de lijn der verwachtingen. Iets minder dan een uur staat de band slechts op het podium, maar deze tijd wordt uitstekend benut. Onder de noemer postpunk worden onder meer noise, psychedelica, garage- en indierock afgevinkt. De veelzijdige, doch homogene sound gaat echter gepaard van een oorverdovend volume. Voor bezoekers zonder oordoppen is het dan ook een schier onmogelijke opgave om het langer dan een uur vol te houden. Maar eenmaal gewend aan de overdaad aan decibellen valt er wel meer dan genoeg te beleven. De zoektocht naar nieuwe vormen en structuren staat centraal en maakt de set uiterst boeiend. Zo toont Viet Cong met Continental Shelf aan over meer dan alleen spierballen te beschikken. De puntige riff is briljant in zijn eenvoud en maakt van de single een voorlopig hoogtepunt. Het hyperactieve Sillhouettes klinkt als Interpol on speed en wordt met een kleine pit in ontvangst genomen. Met zijn onconventionele composite is March Of Progress een avantgardistische aaneenschakeling van progressieve, industriële psychedelica en indierock. In het gelaagde en zorgvuldig opgebouwde Death gaat een repetitieve melodie smaakvol samen met een stuwend ritme.

De gitaarmuur die als een lawine over de zaal walst zorgt er zo nu en dan zelfs voor dat drummer Mike Wallace alle kracht in zijn ongetwijfeld verzuurde armen moet aanspreken om de drumpartijen hoorbaar te maken. Met alle metertjes in het rood weet Viet Cong zijn extensieve postpunk te voorzien van een krachtige rauwheid. Veel branie, weinig theatrale opsmuk. Gitarist Daniel Christiansen lijkt in zijn eigen bubbel te zitten en speelt zijn partijen als in een trance. Meermaals informeert Flegel of hij oké is, maar meer dan de mededeling ‘shut up’ krijgt de frontman er niet voor terug. Maar ondanks zijn schijnbare afwezigheid blijkt de gitarist de onderscheidende factor. Zijn melodieuze akkoorden zijn exact wat het grauwe, duistere tapijt van gitaargeweld nodig heeft.

De piep in onze oren is een aandenken aan een band die ons in de toekomst ongetwijfeld vaker zal verrassen. Er zit veel rek in het repertoire, dankzij het brede palet en de vele invloeden waarvan Viet Cong zich bedient. De onorthodoxe structuren, de balans tussen noise en melodie, en de unieke sound maken van Viet Cong een band om absoluut in de gaten te blijven houden.

Foto: Nick Helderman

Naar publicatie OOR

Viet Cong

  • Categories →
  • Concertrecensies
  • Recent
 

Opdrachtgevers

client logos
 
Back to top